Opening Night Concertgebouworkest: dit komt er allemaal bij kijken volgens Wietske Kuiper
- Klassiek
- Opening Night Concertgebouworkest: dit komt er allemaal bij kijken volgens Wietske Kuiper
Vanavond klinkt het Koninklijk Concertgebouworkest niet tussen pluche stoelen en rode gordijnen, maar in de open lucht van het Oosterpark.
Voor Opening Night moet er alleen wel heel wat gebeuren voordat de eerste noot door het park waait. “Het is echt een spektakel om mee te maken als alles samenkomt”, zegt Wietske Kuiper, hoofd marketing, communicatie en verkoop bij het Concertgebouworkest. “Met het licht, de muziek en alle mensen: daar werk je heel lang naartoe.”
Wietske: “Bij Opening Night kunnen we dat op zijn allergrootst doen. Het is in de openlucht, gratis toegankelijk en wordt ook nog op televisie uitgezonden. We willen dat zowel vaste bezoekers als mensen die nog nooit bij een klassiek concert zijn geweest, ervan kunnen genieten.”
Het begint bij een vergunning
Daarvoor moet de organisatie ver vooruit plannen. Een vergunning aanvragen bij de gemeente gebeurt ongeveer een jaar van tevoren. En eigenlijk wordt er dan al meteen verder gekeken: waar kan de volgende editie plaatsvinden?
Het Concertgebouworkest kiest bewust steeds een ander deel van de stad. In eerdere jaren streek Opening Night onder meer neer in het Westerpark, Amsterdam-Noord, Zuidoost en Nieuw-West. Amsterdam Oost stond nog op de verlanglijst. Het Oosterpark bleek niet alleen geografisch een logische volgende halte, maar ook praktisch: er moet plek zijn voor een groot podium, backstagevoorzieningen én een flinke mensenmassa.
"Een park verandert niet vanzelf in een concertlocatie. De eerste rijplaten gingen op 1 september al het Oosterpark in", vertelt Wietske. "Die platen beschermen het gras en vormen de basis voor alle voertuigen, technische materialen en de opbouwploeg die daarna volgen. Pas daarna verschijnen backstage en podium." Geen kleine klus, want een concertzaal heeft vaste muren, een dak en een zorgvuldig ontworpen akoestiek. In een park moet je die omstandigheden tijdelijk creëren, of er op zijn minst slim mee omgaan.
Extra oefenconcert voor het avondlicht
Het orkest begon deze week met repetities in het Concertgebouw, zoals gebruikelijk bij concerten. Maar voor Opening Night zijn er extra momenten op locatie. Niet alleen om te wennen aan spelen in de buitenlucht, maar ook voor televisie en licht. “Op de dag voor het concert repeteren we ook in het Oosterpark”, zegt Wietske. “Dan is het al avond en krijg je ander licht. Dat moet je ook oefenen, omdat het tijdens het concert op een gegeven moment donker wordt. Normaal hoef je geen avondrepetitie te doen.”
Het is precies zo’n detail dat je als bezoeker misschien nauwelijks opmerkt, maar dat de avond wel maakt of breekt: wanneer zet je welk licht in, hoe beweegt een dirigent zichtbaar over het podium, en hoe houd je de aandacht vast wanneer de zon zakt en het park verandert in een zee van lampjes?
Opening Night is niet bedoeld als een openluchtversie van een reguliere concertavond. Het concept leunt juist op alles wat in een zaal doorgaans níet gebeurt: wandelen, praten, kinderen die bewegen, mensen die tussendoor iets halen bij een foodtruck, en ja, ook applaudisseren wanneer de energie daarom vraagt.
Om deze inhoud te tonen moet je toestemming geven voor social media cookies.
Een klassiek concert waar je niét voor stil hoeft te zijn
“Er is geen hek en je hebt geen kaartje nodig”, zegt Wietske. “Het heeft echt een festivalvibe. Met lichtjes, foodtrucks en picknicktafels. Mensen mogen hun eigen drankjes meenemen. Je hoeft niet stil te zijn, er zijn veel kinderen, er wordt gedanst en er mag geklapt worden.”
Dat vraagt ook iets van de musici. Buiten spelen betekent een andere akoestiek, maar vooral ook een andere relatie met je publiek. Waar een concertzaal vaak draait om geconcentreerde stilte, draait een openluchtconcert om directe uitwisseling. “De musici weten inmiddels ook dat die festivalachtige setting heel leuk is”, aldus Wietske. “Je krijgt iets anders terug van je publiek. Zij spelen natuurlijk ook vóór dat publiek. Als je die interactie hebt, doet dat iets. Bij een reguliere avond breng je energie over; in het park maak je die energie samen."
Bangers op het programma
Ook het programma is ontworpen voor een publiek dat uit nieuwsgierigheid, met een picknickkleed of toevallig tijdens een wandeling kan binnenrollen. Geen avond van lange stiltes en zware concentratieblokken, maar een route langs toegankelijke meesterwerken: herkenbaar, energiek en afgewisseld met rustiger momenten. “Het zijn allemaal meesterwerken”, zegt Wietske. “Maar wel met een goede mix tussen uptempo en langzamer, herkenbaar en iets minder herkenbaar. Muziek die makkelijk in het gehoor ligt, toegankelijk is en goede energie heeft.”
Een opener moet daarbij meteen het gevoel geven: hier gebeurt iets. De ouverture uit Ruslan en Ljoedmila van Glinka is volgens haar precies zo’n stuk. “Het is energiek. Als je dat hoort, denk je meteen: het gaat beginnen, er gaat iets bijzonders gebeuren vanavond en ik ben erbij.”
Ook de keuze voor dirigent Han-Na Chang past bij die opzet. Zij moet niet alleen het orkest muzikaal leiden, maar ook kunnen schakelen met een publiek dat minder gebonden is aan de codes van de klassieke concertzaal. “Bovenal is ze een heel goede dirigent”, zegt Wietske. “Maar ze is ook enthousiast over dit soort concepten die net even anders zijn dan het geijkte klassieke concert. Ze kan goed praten en contact maken met het publiek. Dat vinden we belangrijk.”
Nieuw publiek én jong talent op de line-up
Voor het hoofdprogramma begint, krijgt ook jong talent ruimte: inmiddels is het voorprogramma een vast onderdeel van Opening Night. Dit jaar klinkt daarin niet alleen klassieke muziek: de programmering zoekt bewust muzikanten uit het stadsdeel op met Pretvormer uit Amsterdam Oost, de Jazz Focus bigband, jongeren uit Concertgebouworkest Young en het Nederlands Jeugd Strijkorkest. “Met het voorprogramma willen we jong talent een podium bieden, letterlijk ons podium”, vertelt Wietske. “Dat mag best breder zijn dan alleen klassiek. We zoeken naar wat past bij de sfeer van het stadsdeel en bij de avond.”
Het concert is tegelijk ook een laagdrempelige ontmoeting tussen buurtbewoners, vaste concertgangers, nieuwsgierige voorbijgangers, jonge makers en mensen die misschien voor het eerst ervaren hoe overweldigend een groot symfonieorkest kan klinken. “Mensen die al vaker bij ons komen zitten naast mensen uit het stadsdeel die nog nooit een klassiek concert hebben gehoord. Die mix hebben we in de afgelopen edities echt opgebouwd. Misschien zetten mensen daarna thuis vaker een klassieke playlist aan. Of denken ze: laat ik ook eens naar het Concertgebouw gaan. Dat zou alleen maar heel leuk zijn."
.png?height=170&width=170&aspect_ratio=600%3A601)



