Jon Vickers – onbevreesde heldentenor die ook kwetsbaar durfde zingen
- Klassiek
- Jon Vickers – onbevreesde heldentenor die ook kwetsbaar durfde zingen
Elke week selecteert Podium legendarische Gouden Opnamen die je gehoord móet hebben. Centraal staan grote maestro's, absolute topmusici en cd's die gelden als referentiemateriaal. Van opnames uit lang vervlogen tijden tot de muziek van nu. Deze week een absolute gigant van het operatoneel, letterlijk en figuurlijk: de breedgeschouderde heldentenor Jon Vickers. Hij drukte voorgoed zijn stempel op tal van rollen en opnamen. Donderdag is het precies een eeuw geleden dat Vickers ter wereld kwam.
Wie: Jonathan Stewart Vickers, geboren 29 oktober 1926 (Prince Albert, Canada) en overleden 10 juli 2015 (Ontario, Canada).
Wat: Heldentenor die geldt als een van de grootste operazangers uit de twintigste eeuw.
Waar: Verbonden aan prestigieuze operahuizen als het Londense Covent Garden en de Metropolitan in New York.
Weetje: Vickers' kansen in de muziekwereld leken aanvankelijk beperkt; in 1956 stelde hij zichzelf een ultimatum. Als zijn carrière niet snel van de grond kwam, zou hij ermee stoppen. Minder dan een maand voor zijn zelfopgelegde deadline kreeg hij een contract bij het Londense operahuis Covent Garden – het werd zijn internationale doorbraak.
Maandag 26 oktober
Giuseppe Verdi
Otello - Akte II - slot, "Desdemona rea! ... Sì, pel ciel marmoreo giuro!"
Jon Vickers [Otello - tenor]
Tito Gobbi [Iago - bariton]
Orchestra del Teatro dell'Opera di Roma o.l.v. Tullio Serafin
RCA / 88875196362
Zijn internationale doorbraak beleefde Vickers in een operavan Giuseppe Verdi, en die componist werd een pijler van zijn carrière. Vooral de bijna onzingbare titelrol uit Otello – gevreesd onder tenors – werd Vickers’ lijfrol. Hij nam 'm twee keer op. Dit is de vroegste van de twee, uit de zomer van 1960. Hier hoor je het slot van de tweede akte, waarin Otello ten onrechte denkt dat zijn vrouw Desdemona hem ontrouw is. De leugenachtige officier Iago gooit olie op het vuur en stort Otello nog verder in het verderf; samen zweren ze wraak. Jon Vickers zingt met een beestachtig stemgeluid – huiveringwekkend, alsmaar heviger, en tegelijkertijd kwetsbaar en gepijnigd.
Dinsdag 27 oktober
Richard Wagner
Tristan und Isolde - Akte III - "Noch ist kein Schiff zu seh'n"
Jon Vickers [Tristan - tenor]
Walter Berry [Kurwenal - bariton]
Berliner Philharmoniker o.l.v. Herbert von Karajan
EMI / CMS 7693192
Vickers was een typische heldentenor: een zanger met een immens volume, een wat donkere stemkleur, bijna als een bariton, en – niet onbelangrijk – met een enorm uithoudingsvermogen. Als heldentenor kom je al gauw terecht bij de opera’s van Richard Wagner.
Niettemin was Vickers selectief met zijn repertoire. Hij weigerde bijvoorbeeld om Tannhäuserte zingen – Vickers was een devoot protestant en vond het personage godslasterend. Maar de rollen die hij wél vertolkte, werden onvergetelijk: zijn Parsifal, zijn Siegmund uit Die Walküre, en misschien wel bovenal: zijn Tristan uit Tristan und Isolde.
Zo’n beetje iedereen is het erover eens: de Tristan van Jon Vickers is ongeëvenaard, vooral opdeze opname uit 1972. In de monoloog uit de derde akte ligt Tristan zwaargewond op de grond, en wacht koortsachtig op zijn geliefde Isolde. Weemoedig, smachtend, dan omslaand in razernij. Hij vervloekt de liefdesdrank die hem tot dit lijden heeft gebracht.
Vickers maakt het psychologisch drama helemaal invoelbaar, je proeft de rauwe, breekbare emotie. En je hoort een volmaakte stembeheersing: moeiteloos schakelt hij van fluisterzacht naar angstaanjagende explosies.
.png?height=170&width=170&aspect_ratio=600%3A601)



