Gouden Opnamen
NTR

Rafael Kubelík – Tsjechische dirigent en pleitbezorger van vaderlandse muziek

foto: Austen Field

Elke week selecteert Podium legendarische Gouden Opnamen die je gehoord móet hebben. Centraal staan grote maestro's, absolute topmusici en cd's die gelden als referentiemateriaal. Van opnames uit lang vervlogen tijden tot de muziek van nu. Deze week: de Tsjechische dirigent Rafael Kubelík.

Wie: Jeroným Rafael Kubelík, geboren 29 juni 1914 (Býchory, Tsjechoslowakije) – gestorven 11 augustus 1996 (Luzern, 11 augustus 1996)

Wat: Tsjechisch dirigent en voorvechter van klassieke muziek uit zijn vaderland

Waar: dirigeerde overal ter wereld en was onder meer chef van Covent Garden in Londen, het Chicago Symphony Orchestra en Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks in München.

Weetje: In 1968 werd in Beieren nieuwe omroepwet aangekondigd, die de staat meer invloed zou geven op de publieke omroep (Rundfunk). Kubelík dreigde zijn contract niet te verlengen omdat hij zijn samenwerking met de Beierse omroep niet onder die omstandigheden kon voortzetten. Zijn woorden hadden effect en Kubelík kon chef blijven. Hij bleef tot hij in 1979 de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt.

Maandag 10 augustus

Ludwig van Beethoven
Symfonie nr.2, op.36 in D gr.t. - deel II, "Larghetto, quasi andante" + deel III, "Scherzo. Allegro"
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Rafael Kubelík
Universal / 00289 477 5838
Opnamejaar: 1973

De Tsjechische dirigent Rafael Kubelík studeerde compositie, piano, viool en directie aan het conservatorium van Praag. Toen de nazi’s Tsjechoslowakije binnenvielen, bleef hij in Praag. In de oorlogsjaren was hij chef-dirigent van de Tsjechische Philharmonie in Praag. Hij zette zich in voor Tsjechische muziek en weigerde Wagner te dirigeren. Hij zat een aantal maanden ondergedoken. Toen in 1948 de communisten de macht overnamen, emigreerde hij naar de Verenigde Staten. In november van dat jaar maakte hij zijn debuut bij het Chicago Symphony Orchestra. Hij werd er chef in 1950. Hij introduceerde bij dat orkest veel nieuwe muziek. 

In 1953 keerde hij terug naar Europa, waar hij onder meer chef-dirigent was van het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en van het operahuis van Covent Garden in Londen. Hij was ook een veelgevraagd gastdirigent. Bijvoorbeeld bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Hij maakte daar zijn debuut in 1949. Hij kreeg een vaste aanstelling en stond in de jaren daarna heel vaak op de bok in Amsterdam. Samen met Eduard van Beinum leidde hij in 1954 de eerste Amerikaanse tournee van het Concertgebouworkest. In 1973 nam hij met het orkest de Tweede symfonie van Beethoven op. Hij maakte een cyclus met alle symfonieën van Beethoven, met een aantal grote orkesten. En dus ook met het Koninklijk Concertgebouworkest, dat heerlijk romantisch klinkt onder Kubelíks leiding.

Dinsdag 11 augustus

Gustav Mahler
Symfonie nr.4 in G gr.t. - deel I, "Bedächtig - Nicht eilen - Recht gemächlich"
Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks o.l.v. Rafael Kubelík
Deutsche Grammophon / 4795447
Opnamejaar: 1968

Rafael Kubelík voelde zich thuis bij het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks in München. Een orkestlid noemde de periode waarin Kubelík chef was in München "het prachtige Kubelík-tijdperk". Het was een vruchtbare periode in de geschiedenis van het orkest. De Frankfurter Allgemeine Zeitung schreef dat het orkest onder zijn leiding uitgroeide tot "een soepel spelend, welluidend en technisch meesterlijk ensemble". 

Tsjechische muziek was een vast onderdeel van de programmering onder Kubelíks leiding, maar hij dirigeerde ook veel ander repertoire. Hij zette zich bijvoorbeeld in voor componisten uit de twintigste eeuw. Sinds het naziregime waren de symfonieën van joodse componisten zelden uitgevoerd. Kubelík bracht daar verandering in. Onder zijn leiding nam het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks alle symfonieën van Gustav Mahler op: de eerste Mahler-cyclus door een Duits orkest.

In 1970 was het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks met Rafael Kubelík te gast in de ZaterdagMatinee: een programma met werken van Bohuslav Martinů, Leos Janácek en Johannes Brahms. Dat concert is hier terug te luisteren.

Woensdag 12 augustus

Bedřich Smetana
Mijn vaderland, "Má vlast" - deel I, "Vyšehrad (Het hoge kasteel)"
Boston Symphony Orchestra o.l.v. Rafael Kubelík
Deutsche Grammophon / 4291 832
Opnamejaar: 1971

In 1946 richtte Rafael Kubelík het Internationaal Muziekfestival 'Praagse Lente' op. Sindsdien wordt dat festival jaarlijks georganiseerd. In 1948 pleegden de communisten een staatsgreep. Daarop verliet Kubelík zijn geliefde Tsjechoslowakije. Hij zei daar later over: “Een vogel zingt niet in een kooi. Ik verliet mijn vaderland om mijn volk niet te hoeven verlaten. Ik geloof dat men de geest niet moet ketenen met politiek.” 

Hij kwam in de Verenigde Staten, waar hij een paar seizoenen de leiding had over het Chicago Symphony Orchestra. Hij was ook te gast bij the Boston Symphony Orchestra. Daar dirigeerde hij concerten en maakte ook opnamen. Bijvoorbeeld van de cyclus Má Vlast, 'mijn vaderland'. Deze opname is gemaakt in 1971. Kubelík had toen al 23 jaar geen Tsjechisch orkest meer gedirigeerd. Hij beëindigde zijn carrière om gezondheidsredenen, maar toch wist de Tsjechische president Vaclav Havel hem in 1990 te overtuigen weer in Tsjechoslowakije te dirigeren. Op het programma: Ma Vlást van Smetana. Het was Kubelíks eerste optreden sinds hij in 1948 uit zijn geboorteland was gevlucht.

Donderdag 14 augustus

Robert Schumann
Symfonie nr.4, op.120 in d kl.t. - deel III, "Scherzo. Lebhaft" + deel IV, "Langsam - Lebhaft - Schneller - Presto"
Berliner Philharmoniker o.l.v. Rafael Kubelík
Deutsche Grammophon  / 00289 477 9621
Opnamejaar: 1963

Rafael Kubelík was een veelgevraagd gastdirigent in Europa en de Verenigde Staten. Hij maakte opnamen met allerlei orkesten, waaronder het Koninklijk Concertgebouworkest en de Boston Symphony – waar we eerder deze week al opnamen van hoorden. Vandaag kiezen we voor de eerste cyclus die Rafael Kubelík maakte bij de Berliner Philharmoniker: de symfonieën van Robert Schumann. Deze opnamen uit de jaren ’60 golden lange tijd als referentieopname. Het orkest klinkt warm en lyrisch, levendig en energiek.

Vrijdag 14 augustus

Antonín Dvořák
Symfonie nr.7, op.70 in d kl.t. -  deel III, "Scherzo. Vivace" + deel IV, "Finale. Allegro"
Berliner Philharmoniker o.l.v. Rafael Kubelík
Deutsche Grammophon  / 4231 202
Opnamejaar: 1973

Kubelík was een warm pleitbezorger van de muziek uit zijn vaderland. Vaak stonden werken uit Tsjechië op het programma. Zo dirigeerde hij bij zijn debuut met het Koninklijk Concertgebouworkest naast Brahms en Schumann werken van Smetana en Janácek. Ook bij andere orkesten stond Tsjechische muziek hoog in het vaandel. Eind jaren ’60 begin jaren ’70 maakte Kubelík een cyclus met alle symfonieën van Antonín Dvořák. Net als de symfonieën van Schumann zijn ook de symfonieën van Dvořák heerlijk romantisch en levendig. Je hoort hoe de Tsjech Kubelík het orkest weet te inspireren. Het danst en het zingt. Precies wat de muziek van Dvořák nodig heeft!

Advertentie via ster.nl
Advertentie via ster.nl