John Bröcheler – voor wie een lied een opera in het klein was
- Klassiek
- John Bröcheler – voor wie een lied een opera in het klein was
Elke week selecteert Podium legendarische Gouden Opnamen die je gehoord móet hebben. Centraal staan grote maestro's, absolute topmusici en cd's die gelden als referentiemateriaal. Van opnames uit lang vervlogen tijden tot de muziek van nu. Deze week: de Limburgse bariton van wereldklasse John Bröcheler, die twee weken geleden op 81-jarige leeftijd overleed.
Wie: John Bröcheler, geboren 21 februari 1945 (Vaals, Nederland) – gestorven 30 september 2026 (Vaals, Nederland)
Wat: Bariton van wereldklasse.
Waar: Geboren in Vaals, Limburg, studeerde in Maastricht bij Leo Ketelaars en in Parijs bij Pierre Bernac, zong in alle grote operahuizen en concertzalen wereldwijd en bleef tot het einde van zijn leven lid van Vaalser mannenkoor St. Cecilia.
Weetje: Bröcheler zong liederen, opera en oratorium, en voelde zich als een vis in het water in hedendaagse repertoire. Hij studeerde die moderne muziek in het langzaamst mogelijke tempo in, zin voor zin. Als hij dan bij het uiteindelijke - door de componist voorgeschreven - tempo uitkwam, had hij het al 100 of 500 keer doorgenomen. Alle mogelijke smaken van een tekst of melodie had hij geproefd. Een zanger, zeker eentje in de wereld van het muziektheater, moest zich volgens hem bij elke nieuwe regisseur “weer terug in de couveuse laten leggen, en zich er steeds opnieuw uit laten halen door een andere dokter of verpleger.”
Maandag 12 oktober
Maandag 12 oktober
Gustav Mahler
uit "Des Knaben Wunderhorn"- “Wo die schönen Trompeten blasen”
Gelders Orkest o.l.v. Roberto Benzi, Jard van Nes (mezzo), John Bröcheler (bariton),
Ottavo/ OTR C79238
Opnamejaar: 1992
Bröcheler zong vier decennia lang lied, opera, oratoria en kakelvers hedendaags werk, in alle talen en over de hele wereld. Het meest bekend in Nederland werd hij misschien wel met zijn vertolking van Wotan in Der Ring des Nibelungen. Het komt allemaal voorbij, maar we beginnen vandaag bij zijn eerste grote liefde: het lied.
Eind jaren zestig won Bröcheler het Vocalistenconcours in Den Bosch. Opgegroeid in een Zuidelijke koorcultuur van Vaals, was liederen zingen een tweede natuur; binnen- en buitenshuis werd er gezongen, en Bröcheler zong alles wat hij om zich heen hoorde; Schumann, Schubert, enzovoorts. Eenmaal op het conservatorium dacht Bröcheler aanvankelijk te tekenen voor een carrière als liedzanger. Een beetje tot zijn eigen verbazing ontwikkelde zijn stem zich ook in een hele andere richting: nog tijdens zijn conservatoriumstudie debuteerde Bröcheler bij Opera Zuid en kort daarna bij de Nederlandse Operastichting, waar hij meer dan 20 rollen zou vertolken. Maar het lied verdween nooit van zijn repertoire.
Bröcheler nam eind jaren zeventig de LP Dichterliebe op, met Duits en Frans liedrepertoire. Die plaat ontving de Preis der Deutschen Schallplattenkritik en opende internationaal vele deuren. Maar er kwam aanvankelijk ook kritiek op, vertelde Bröcheler in een interview aan Podium; want een operazanger moest toch geen liederen zingen? Van dat hokjesdenken was Bröcheler wars, want wil je een lied goed uitvoeren, dan doorloop je álle stadia van een opera, vond hij. Voor Bröcheler was een lied een opera in het klein.
Vandaag horen we John Bröcheler in een lied van Mahler, met het Gelders Orkest onder leiding van Roberto Benzi. Een duet, uit des Knaben Wunderhorn, samen met mezzosopraan Jard van Nes.
.png?height=170&width=170&aspect_ratio=600%3A601)



