Paul Wittgenstein: de linkshandige concertpianist
- Klassiek
- Paul Wittgenstein: de linkshandige concertpianist
In december 1913 leek voor de Oostenrijkse concertpianist Paul Wittgenstein een langgekoesterde droom werkelijkheid te worden. Zijn eerste professionele concert in het Wiener Musikverein leverde enthousiaste recensies op en leek het begin van een glansrijke muzikale carrière. Nog geen jaar later zou zijn leven echter een dramatische wending nemen. Tijdens zijn militaire dienst in de Eerste Wereldoorlog verloor Wittgenstein zijn rechterarm. Het leek het einde van zijn pianistenbestaan, maar niets was minder waar.

De familie Wittgenstein in 1917. Van links naar rechts: Kurt, Paul en Hermine Wittgenstein, zwager Max Salzer, moeder Leopoldine Wittgenstein, Helene Wittgenstein Salzer en Ludwig Wittgenstein.
Composities voor de linkerhand
Na zijn herstel van de Eerste Wereldoorlog trainde Wittgenstein zijn linkerhand om zijn carrière als pianist voort te kunnen zetten. Hij bewerkte bestaande pianostukken, zodat hij ze met één hand kon spelen. Maar daar bleef het niet bij. Zijn vader, die in 1913 was overleden, had een gigantisch fortuin opgebouwd in de ijzer- en staalindustrie. Als erfgenaam werd Wittgenstein een van de rijkste mensen van Europa. Zijn vermogen stelde hem vervolgens in staat om bekende componisten opdracht te geven nieuwe werken voor de linkerhand te schrijven, onder wie Benjamin Britten, Maurice Ravel, Erich Wolfgang Korngold, Paul Hindemith en Richard Strauss.
Om deze inhoud te tonen moet je toestemming geven voor social media cookies.
De kritische houding van Wittgenstein
Wittgenstein was een ervaren arrangeur met een uitgesproken kritische houding. Wanneer een compositie die in zijn opdracht was geschreven hem niet beviel, bracht hij wijzigingen aan of weigerde hij het werk uit te voeren. Dit gebeurde ook bij het bekendste werk dat hij liet componeren: Maurice Ravels Concerto pour la main gauche. Wittgenstein had veel ideeën over de uitvoering van het werk en bracht daarom voor de première eigenhandig wijzigingen aan in de partituur. Ravel was woedend en hun hechte vriendschap kwam hierdoor vrijwel tot een einde. Pas jaren na de eerste uitvoering beloofde Wittgenstein het werk voortaan volgens de originele partituur uit te voeren. Hoewel de ruzie daarmee werd bijgelegd, zou hun vriendschap nooit volledig herstellen.
Ook Sergej Prokofjevs Vierde pianoconcert weigerde Wittgenstein uit te voeren. Daar bleef het echter niet bij: hij verbood ook anderen om het werk uit te voeren, omdat hij meende de uitvoeringsrechten te bezitten. Hij had immers voor de compositie betaald. Toen de pianist Siegfried Rapp - die, net als Wittgenstein, zijn rechterarm had verloren, maar tijdens de Tweede Wereldoorlog – hem om toestemming vroeg om het concert uit te voeren, reageerde Wittgenstein:
Je bouwt niet een huis zodat iemand anders erin kan wonen. Ik heb de opdracht laten uitvoeren en de kosten betaald; het hele idee kwam van mij…
Deze houding laat zien hoe sterk Wittgenstein zijn rol als opdrachtgever en uitvoerder opvatte. Hij beschouwde de werken waarvoor hij betaalde niet slechts als composities die aan hem waren opgedragen, maar ook als werken waarop hij als opdrachtgever zeggenschap over had.
Om deze inhoud te tonen moet je toestemming geven voor social media cookies.
De vlucht uit Oostenrijk
Paul Wittgenstein groeide op in Wenen, in een welgestelde familie van Joodse afkomst die al enkele generaties eerder tot het christendom was bekeerd. Na de Anschluss van Oostenrijk bij nazi-Duitsland in maart 1938 werd de familie op grond van de Nürnberger Rassenwetten alsnog als Joods geclassificeerd. Wittgenstein mocht niet langer in het openbaar optreden en besloot Oostenrijk te verlaten.
Ook zijn privéleven bracht hem in een kwetsbare positie. Wittgenstein had een relatie met zijn voormalige pianoleerlinge Hilde Schania, die geen Joodse achtergrond had. Het paar had vóór hun huwelijk in 1940 al twee kinderen. Door de nazistische rassenwetgeving kon een dergelijke relatie worden beschouwd als Rassenschande, de strafbaar gestelde seksuele omgang tussen Joden en personen die volgens de nazi-rassenideologie als “Duits of verwant bloed” werden beschouwd. Wittgenstein vertrok daarom in 1938 naar de Verenigde Staten. In 1940 trouwden hij en Hilde in Havana, Cuba; een jaar later voegden Hilde en hun kinderen zich bij hem in de Verenigde Staten.
In de Verenigde Staten zette Wittgenstein zijn carrière vooral voort als pianist en muziekpedagoog. Hij gaf onder meer les aan het Ralph Wolfe Conservatory in New Rochelle en aan het Manhattanville College of the Sacred Heart in New York. In 1946 werd hij Amerikaans staatsburger. Zijn pedagogische ervaringen verwerkte hij in School for the Left Hand, een driedelige pianomethode die in 1957 verscheen.
Luister ook seizoen 7 van de podcast 'Het Verhaal' over 'De pianist met één hand'
Het Verhaal




