Concert

Een opgefriste Matthäus

foto: ANP
  1. Concertenchevron right
  2. Een opgefriste Matthäus

Oude muziek-pionier Nikolaus Harnoncourt leidt in 1976 voor het eerst Bachs Matthäus-Passion bij het Koninklijk Concertgebouworkest. De pers strooit met superlatieven: "voor het eerst in de Matthäus-traditie klonk er applaus", "ronduit magnifiek", "Bach nieuwe stijl", "een geestelijke opera", "speelwijze doet wonderen". En met name de dramatische vertolking van de rol van de evangelist door tenor Kurt Equiluz zet ze in vuur en vlam: "zeldzaam goed, fenomenaal".

Nikolaus Harnoncourt dirigeert de Matthäuspassion

Opnamedatum

zondag 11 april 1976

Omroep

AVRO

Componisten

Johann Sebastian Bach

Uitvoerenden

Kurt Equiluz (Evangelist; tenor), Peter van der Bilt (Christus; bas), Arleen Auger (sopraan), Nelly van der Spek (sopraan), Ortrun Wenkel (alt), Sylvia Schlüter (alt), Nigel Rogers (tenor), Max van Egmond (bas), Ruud van der Meer (bas), Nikolaus Harnoncourt (Dirigent), Collegium Vocale Gent, Sint Bavo Katherdraal Koor, Nederlands Kamerkoor

Ensembles

Koninklijk Concertgebouworkest

Tijdperken

Hoog barok

Locatie

Concertgebouw, Amsterdam

De 50 mooiste concerten uit 50 jaar NPO Klassiek

Schatkamer vol concerten

We vieren feest, want NPO Klassiek bestaat 50 jaar. In al die jaren hebben we onze schatkamer lekker gevuld, met maar liefst 6.000 concertopnames en 35.000 werken. Ondoenlijk om alles terug te luisteren, dus daarom halen we het hele jaar iedere week een prachtige parel voor je uit ons archief. 

Spiegel van het Nederlandse muziekleven

Er waren in die vijftig jaar premières, debuten, relletjes, uitverkochte zalen, lovende kritieken en af en toe boe-geroep. Honderden carrières begonnen met een radio-debuut. Ook werd er voor onze microfoons afscheid genomen van grote solisten, dirigenten en orkesten. Met deze selectie van de 50 mooiste concerten bieden we je een prachtig overzicht van het Nederlandse muziekkleven van 1975 tot aan nu. Genieten dus van al het moois dat klassieke muziek te bieden heeft.

Dramaturgie

Deze uitvoering wordt dus destijds in de pers een "geestelijke opera" genoemd. En net als in een opera is dramaturgie essentieel: hoe de karakters zich onderling ontwikkelen. Bach wisselt het verhaal af vanuit tegengestelde gezichtspunten. De verteller, de evangelist, verbindt alle onderdelen. De Christusfiguur incasseert wat hem wordt aangedaan. En bijfiguren -zoals Petrus en Pilatus- treden op in quasi gesproken, zingzeggende recitatieven. De koren links en rechts verbeelden weer de tegengestelde groepen. En in de arioso’s (korte zangpassages) worden de gevolgen van de handeling emotioneel vertolkt. De koralen tenslotte zorgen voor de bevestiging van de gemeente. En zo creëert Bach alleen al vanuit deze dramaturgie een spannend betoog.

De Mattheus wordt zo opera-achtig, maar blijft binnen de kerkelijke en religieuze opzet van de Passion in Bachs tijd. En daar komen die geniale noten nog bij!

Terug naar de bron

De verdienste van dirigent Nikolaus Harnoncourt voor de ontwikkeling van de oude muziek is enorm. Zijn geheim? Hij gaat terug naar de bron, met grote muzikale gevolgen. Zo gebruikt hij het liefst oude instrumenten of kopieën daarvan. Maar tegelijk weet hij een brug te slaan naar de moderne orkesten, wat destijds een enorme vernieuwing is. Met groot succes, want wanneer de principes van de authentieke uitvoeringspraktijk worden nagevolgd, klinkt Bachs Passie vanzelf aangrijpender. En dat is nog altijd goed te horen in deze radio-opname van zo’n vijftig jaar geleden.  

foto: ANP

Nederlands Koningshuis: Prins Claus (midden, (1926-2002) met Mies Bouwman (1929-2018) en Danny de Munk (1970) op het podium van het Concertgebouw. Prins Claus houdt een LP-box in zijn hand van de Matthäus-Passion van het Concertgebouworkest o.l.v. Nikolaus Harnoncourt.

Meer tijd om sneller te spelen

Om de musici vertrouwd te maken met de andere speelwijzen en interpretatie van Bachs muziek, was er meer repetitietijd nodig in Amsterdam. Ook in het aantal musici verandert er veel: zowel de twee koren en het orkest worden uitgedund om zo transparanter te klinken. Bovendien maken orkest en zangers een slankere, strakkere toon, waardoor het geheel transparanter klinkt. Een nieuw facet voor de meeste orkestmusici is Bachs toepassing van de klassieke retoriek, affectenleer en de symboliek. Bach was goed op de hoogte van deze beproefde manieren om de expressie te kunnen versterken. Zo worden tekst en expressie op een dramatisch manier geladen. En contrast in tempo wordt vanuit de handeling zo geaccentueerd. Bijkomend gevolg: vanwege de snellere tempi duurt deze uitvoering van Harnoncourt gemiddeld 25 minuten korter dan oudere opnames van het Koninklijk Concertgebouw Orkest.

Van cellist naar dirigent

Harnoncourt begint zijn carrière als klassiek cellist en richt in 1953 zijn eigen ensemble met historische instrumenten op, het Concentus Musicus Wien.  Op het gebied van de historische uitvoeringspraktijk wordt hij snel één van de grote pioniers. In1971 begint hij met zijn Nederlandse evenknie Gustav Leonhardt aan een enorm opnameproject van alle Bachcantates, dat in 1990 wordt voltooid. De klassieke orkesten weten hem te vinden om zo ook barokmuziek beter te leren spelen. Door zijn orkestervaring en zijn kennis van de bronnen weet hij precies wat hij moet doen om musici van de klassieke orkesten, die het repertoire of de instrumenten nog niet goed kennen, te overtuigen. Dat doet Harnoncourt niet met een perfecte dirigeertechniek, hij is nu eenmaal geen geschoold dirigent. Hij doet wat nodig is en laat bijvoorbeeld waar mogelijk de musici zonder zijn directie spelen. Musici gaan zo vanzelf beter naar elkaar luisteren en ze inspireren elkaar. Zijn priemende ogen en charisma doen de rest.

De Matthäus bij het Koninklijk Concertgebouworkest

In 1870 vond in Nederland de eerste Matthäus-uitvoering plaats in Rotterdam. In 1891 zette de Duits-Nederlandse componist en dirigent Julius Röntgen het werk op de lessenaars bij het nauwelijks drie jaar oude Concertgebouworkest. Na nog enkele uitvoeringen her en der vestigde Mengelberg in 1899 de jaarlijkse passietraditie. In 1975 breekt het KCO met deze langjarige gewoonte om met Pasen uitsluitend de Matthäus uit te voeren, want Harnoncourt wordt dan gevraagd om de Johannes Passion te leiden. En vanaf dat moment gaat in Amsterdam om en om de Johannes en de Matthäus.

Advertentie via ster.nl
Advertentie via ster.nl