Philadelphia Orchestra – een van de 'Big Five' met een uniek geluid
- Klassiek
- Philadelphia Orchestra – een van de 'Big Five' met een uniek geluid
Elke week selecteert Podium legendarische Gouden Opnamen die je gehoord móet hebben. Centraal staan grote maestro's, absolute topmusici en cd's die gelden als referentiemateriaal. Van opnames uit lang vervlogen tijden tot de muziek van nu. Deze week vieren we de verjaardag van een Amerikaanse topensemble: het Philadelphia Orchestra bestaat 125 jaar. Het orkest wordt geroemd om het eigen geluid, de fameuze 'Philadelphia sound'.
Wie: Philadelphia Orchestra, opgericht in 1900 (Philadelphia, Verenigde Staten)
Wat: Een van de 'Big Five'-orkesten in de Verenigde Staten, bekend om zijn unieke klank
Waar: Thuisbasis is het Kimmel Center for the Performing Arts in Philadelphia
Weetje: Het orkest staat bekend om zijn langdurige samenwerkingen met dirigenten. Tussen 1912 en 1980 waren er maar twee chef-dirigenten – Leopold Stokowski en Eugene Ormandy.
Maandag 8 december
Sergej Rachmaninov
Symfonie nr.2, op.27 in e kl.t. - deel III, "Adagio"
Philadelphia Orchestra o.l.v. Eugene Ormandy
CBS / M2YK 45678
Belangrijk speerpunt van de Philadelphia Orchestra is hun lange samenwerking met chef-dirigenten – die blijven vaak decennialang aan bij het orkest. Ter illustratie: tussen 1912 en 1980 werd de positie bekleed door maar twee verschillende chefs!
Leopold Stokowski en Eugene Ormandy, twee namen die een enorme rol speelden in Philadelphia. Samen boetseerden ze decennialang aan de specifieke klank van het orkest, die vaak 'the Philadelphia sound' wordt genoemd. Kenmerkend is de glanzende klank, met warme en diepe strijkers die bijna als in één beweging spelen.
Schoolvoorbeeld van dat geluid is deze Tweede symfonie van Sergej Rachmaninov, een opname uit april 1959 die lange tijd gold als de gouden standaard, ook al maakte Ormandy de nodige inkortingen in de partituur.
Hoewel Rachmaninov zélf zijn goedkeuring gaf voor die kortere versie, hoor je het stuk tegenwoordig vrijwel alleen nog maar in de volledige versie. Daarmee is de opname van Ormandy een beetje gedateerd geraakt. Maar alleen al om die fantastische klank van het Philadelphia Orchestra blijft dit een absoluut pareltje.
Dinsdag 9 december
Modest Moessorgski
Schilderijententoonstelling - nr.12, "Het marktplein van Limoges" t/m nr.16, "De grote poort van Kiev"
Philadelphia Orchestra o.l.v. Eugene Ormandy
Sony / 82876-78747-2
Een werk waar het orkest een speciale band mee heeft is de Schilderijententoonstelling van Modest Moessorgski. Eigenlijk een stuk voor piano solo, maar het werd veel bekender in georkestreerde versies. In die vorm is het een groot spektakelstuk, echt een ‘showpiece’ voor een orkest.
In Philadelphia stonden in de loop der decennia verschillende orkestraties veelvuldig op de lessenaars, diverse daarvan uit de eigen gelederen. Zo maakte chef-dirigent Leopold Stokowski zijn eigen orkestratie, met een beduidend Slavische tint. Ook Lucien Cailliet, componist en houtblazer in het Philadelphia Orchestra, maakte in de jaren dertig zijn eigen bewerking van de muziek die door het orkest is uitgevoerd.
Maar de bekendste orkestratie van de Schilderijententoonstelling is en blijft die van Maurice Ravel. Een opname die het Philadelphia Orchestra daarvan maakte, is tot op vandaag een van de beste ooit. De warmte van de strijkers, de scherpte van het koper – en dan die geweldige klokken in het laatste deel. De grote poort van Kiev klonk zelden zo indrukwekkend als hier in 1966, onder leiding van Eugene Ormandy in de Town Hall in Philadelphia.
Woensdag 10 december
Jean Sibelius
Symfonie nr.1, op.39 in e kl.t. - deel IV, "Finale, quasi una fantasia"
Philadelphia Orchestra o.l.v. Eugene Ormandy
CBS / ML 5795
Je hoort nog wel eens de mening dat de muziek van Sibelius het best zou klinken bij Finse orkesten en Finse dirigenten. Maar er zijn legio tegenvoorbeelden: Lorin Maazel bij de Wiener Philharmoniker, George Szell in het Concertgebouw, Colin Davis voor de London Philharmonic. En, een beetje ondergesneeuwd maar niet minder de moeite waard: het Philadelphia Orchestra onder leiding van chef-dirigent Eugene Ormandy. Een van hun beste Sibelius-opnames is deze uit 1962 van de Eerste symfonie.
Opvallend is dat Ormandy de partituur zogezegd een handje helpt. Er is wat gesleuteld aan de muziek. Let maar eens op het slotakkoord: je hoort een uitvergrote rol voor de harpen. Dat zouden we tegenwoordig misschien niet zo gauw meer doen, maar het onderstreept wel hoe goed Ormandy en het Philadelphia Orchestra die laatromantische taal van deze muziek begrijpen. Zo’n symfonie als Sibelius’ Eerste, nog sterk op Tsjaikovskiaanse leest geschoeid, die moet je echt laten rónken – en zo ronkend als hier hoor je ‘m niet zo vaak meer.
Donderdag 11 december
Ottorino Respighi
Fontane di Roma – compleet
Philadelphia Orchestra o.l.v. Riccardo Muti
EMI / CDC 7473162
In de jaren zeventig kwam Riccardo Muti regelmatig bij het orkest over de vloer als gastdirigent. Dat beviel zo goed dat Muti in 1980 werd benoemd tot ‘music director’, als opvolger van Eugene Ormandy – die het orkest 44 jaar had geleid.
Muti voegde zich moeiteloos in de traditie van zijn voorgangers, die onder meer de muziek van Russische componisten tot een specialiteit hadden gemaakt in Philadelphia.
Maar als chef met Italiaanse wortels bracht Muti natuurlijk ook muziek mee vanuit zijn moederland. En welke muziek is ‘Italiaanser’ dan de Romeinse trilogie van Ottorino Respighi? Feste Romane, Pini di Roma, en Fontane di Roma. Kleurrijke, uitbundige muziek – prachtige werken om je orkest mee in de etalage te zetten.
Onder Riccardo Muti maakte het Philadelphia Orchestra een van dé referentie-opnames van de trilogie. Het orkest is hier op zijn sterkst, met prachtige solo’s in de houtblazers een groots, natuurlijk en ademend geluid.
Vrijdag 12 december
Béla Bartók
Concert voor orkest Sz.116 - deel IV, "Intermezzo interrotto" + deel V, "Finale"
Philadelphia Orchestra o.l.v. Christoph Eschenbach
Ondine / ODE 1072-5
Het Philadelphia Orchestra bouwde in de loop der decennia een bijzondere band op met de muziek van Béla Bartók. Een componist met Hongaarse wortels die uitweek naar de Verenigde Staten.
Misschien kwam daar wel een zeker gevoel van verwantschap vandaan in Philadelphia – chef-dirigent Eugene Ormandy was tenslotte óók Hongaars van geboorte, en verwelkomd in Amerika. Als langstzittende ‘music director’ ooit in Philadelphia – van 1936 tot 1980 – maakte hij de muziek van Bartók tot een specialiteit bij het orkest. Onder zijn leiding vonden er wereldpremières en eerste opnames plaats.
Het idioom van Bartók nestelde zich in het DNA van het Philadelphia Orchestra, zou je kunnen stellen. Ook onder Ormandy’s opvolgers werd er immers veel Bartók gespeeld, én opgenomen – met succes.
Een van de mooiste opnames ooit van Bartóks Concert voor orkest werd gemaakt in mei 2005, onder leiding van Christoph Eschenbach. Zijn ‘huwelijk’ met het orkest was misschien niet heel gelukkig, want Eschenbach was met vijf jaar de kortst zittende chef ooit in Philadelphia, maar muzikaal spraken ze één en dezelfde taal.
Helder gearticuleerd, met die mooie brede strijkersklank, en perfecte balans tussen de orkestgroepen. Bartók schreef met dit werk een waar spektakelstuk voor orkest, en Eschenbach en de ‘Philadelphians’ laten dat horen als geen ander.
.png?height=170&width=170&aspect_ratio=600%3A601)



