Gouden Opnamen
NTR

Barry Tuckwells gouden hoornklank

foto: Terry Lane - Wikimedia
  1. Klassiekchevron right
  2. Barry Tuckwells gouden hoornklank

Elke week selecteert Podium legendarische Gouden Opnamen die je gehoord móet hebben. Centraal staan grote maestro's, absolute topmusici en cd's die gelden als referentiemateriaal. Van opnames uit lang vervlogen tijden tot de muziek van nu. Deze week kiezen we voor de Australische hoornist Barry Tuckwell. Hij zou dit jaar 95 jaar zijn geworden. Hij wist wereldwijd harten te veroveren en was bij leven al een legende. 

Wie: Barry Emmanuel Tuckwell, geboren 5 maart 1931 (Melbourne, Australie) – gestorven 16 januari 2020

Wat: legendarisch hoornist die zijn orkestbaan verruilde voor een glansrijke carrière als solist

Waar: geboren in Australië en woonde tijdens zijn werkzame leven in Engeland. Hij trad wereldwijd op als solist en in kamermuziekverband

Weetje: Barry Tuckwell stond bekend om zijn droge uitspraken. “Je blaast lucht erin en god weet wat er onderweg gebeurt. Met een beetje geluk bereikt de lucht de andere kant van je instrument en komt er muziek uit.”

Maandag 29 juni

Benjamin Britten
Serenade voor tenor, hoorn en strijkorkest, op.31
          - deel I, “Prologue”
          - deel II, “Pastoral – The day’s grown old”
          - deel III, “Nocturne – The splendour falls on castle walls”
          - deel IV, “Elegy – O Rose, Thou art sick” 
Peter Pears [tenor] & Barry Tuckwell [hoorn]
London Symphony Orchestra (strijkers) o.l.v. Benjamin Britten
Decca / 436 395-2
Opnamejaar: 1963

Aanvankelijk kreeg Barry Tuckwell piano- en orgelles, maar toen hij op zijn 13e voor het eerst op een hoorn speelde, was hij verkocht. Later zou hij die eerste periode met de hoorn omschrijven als een liefdesaffaire. Twee jaar later werd hij al benoemd tot derde hoornist in het Melbourne Symphony Orchestra en niet lang daarna kreeg hij de post van eerste hoornist in Sydney. Toen hij 19 was, ging hij naar Engeland en al snel werd hij eerste hoornist van het London Symphony Orchestra. Hij bleef dertien jaar aan dat orkest verbonden. 

In 1963 neemt Tuckwell de Serenade voor tenor, hoorn, en strijkorkest op met tenor Peter Pears en de strijkers van Tuckwells eigen London Symphony Orchestra. Het geheel staat onder leiding van de componist zelf. Barry Tuckwell was op dat moment nog de eerste hoornist van de London Symphony Orchestra en droomde misschien wel van een solocarrière. De hoornklank van Tuckwell is meteen vanaf het begin warm. In het eerste deel “Prologue” zijn natuurlijke boventonen te horen. In onze oren klinkt dat nu vals, maar dat is dus de bedoeling. De strijkers en tenor zijn in dit deel nog even stil. We horen de eerste vier delen uit de serenade.

Dinsdag 30 juni

Johannes Brahms                                                            
Trio voor piano, hoorn en viool, op.40 in Es gr.t. - deel I, "Andante - Poco più animato" + deel II, "Scherzo. Allegro - Molto meno allegro"
Barry Tuckwell [hoorn] & Vladimir Ashkenazy [piano] & Itzhak Perlman [viool]
DECCA / 4528872
Opnamejaar: 1967

Tuckwell trad als solist met de grote orkesten ter wereld op. Hij speelde ook graag kamermuziek. Hij raakte bevriend met Ashkenazy met wie hij veel opnames maakte. Vandaag niet de dirigent Ashkenazy, maar de pianist. Samen met hem en violist Itzhak Perlman nam Tuckwell het Hoorntrio van Brahms op. Het meteen een referentieopname. Tuckwells spel is gevoelig, voorzichtig, maar toch gedurfd. 

Advertentie via ster.nl
Advertentie via ster.nl