Martha Argerich – levende legende met vulkanische kracht in haar vingers
- Klassiek
- Martha Argerich – levende legende met vulkanische kracht in haar vingers
Elke week selecteert Podium legendarische Gouden Opnamen die je gehoord móet hebben. Centraal staan grote maestro's, absolute topmusici en cd's die gelden als referentiemateriaal. Van opnames uit lang vervlogen tijden tot de muziek van nu. Dit keer zetten we de legendarische Martha Argerich in het zonnetje – de Argentijnse meesterpianist staat al decennia aan de absolute wereldtop. Afgelopen week vierde ze haar 85ste verjaardag.
Wie: Martha Argerich, geboren 5 juni 1941 (Buenos Aires, Argentinië)
Wat: Meesterpianist van het hoogste kaliber
Waar: Wereldwijde topcarrière
Weetje: Argerich treedt het liefst op met orkesten of kamermuziekpartners – in een solorecital voelt ze zich eenzaam op het podium
Maandag 8 juni
Pjotr Iljitsj Tsjaikovski
Concert voor piano en orkest nr.1, op.23 in bes kl.t. - deel II, "Andantino semplice" + deel III, "Allegro con fuoco"
Martha Argerich [piano]
Berliner Philharmoniker o.l.v. Claudio Abbado
Deutsche Grammophon / 449 816-2
Al jong maakte Argerich furore op een paar grote internationale pianowedstrijden. Ze won het Concours van Genève en de Busoni-wedstrijd in Italië toen ze zestien was, en later de belangrijke Chopin-competitie in Warschau. Overal maakte ze indruk met haar onstuimige, explosieve pianospel.
Een handelsmerk werden de razendsnelle octaven: grote grepen die je tegelijkertijd met beide handen speelt. ‘Ik ben niet bang voor snelheid, in tegendeel – dat is juist mijn probleem’, verklaarde Argerich daar ooit over in een interview.
Geen wonder dat het Eerste pianoconcert van Tsjaikovski een van haar lijfstukken werd – dat zit bomvol met dat soort vliegensvlugge parallelle octaven. Ze maakte zeker vier verschillende opnames van het stuk – allemaal subliem, maar de spannendste is misschien wel deze live-opname uit december 1994 met de Berliner Philharmoniker onder Claudio Abbado. Het voelt alsof de boel af en toe uit de bocht kan vliegen, maar het gaat steeds nét goed: Argerich is op haar meest vulkanisch en het orkest in topvorm. En let op die spectaculaire uitbarsting van octaven bij de climax aan het eind.
Dinsdag 9 juni
Frédéric Chopin
Scherzo voor piano nr.3, op.39 in cis kl.t.
Martha Argerich [piano]
EMI / 5 56805 2
Argerich worstelt al haar leven lang met podiumvrees. Al bij haar deelname aan de legendarische Chopin-competitie van 1965 probeerde ze weg te vluchten, kort voor haar optreden. Gelukkig betrad ze uiteindelijk alsnog het podium, en de rest is geschiedenis. Ze won de eerste prijs, en brak daarmee definitief door.
Kort daarna nam ze een Chopin-plaat op, met de werken die ze ook op het concours had gespeeld. Die opname bleef decennialang bij de platenmaatschappij op de plank liggen, en werd ruim dertig jaar later pas uitgegeven. Een mooi historisch inkijkje in de Argerich uit 1965 – de officiële kronieken van de Chopin-competitie noemen haar de ‘zwarte panter van de piano’, en als je het sluipende begin van dit Derde scherzo hoort, begrijp je meteen waarom.
Woensdag 10 juni
Sergej Prokofjev
Concert voor piano en orkest nr.3, op.26 in C gr.t. - deel I, "Andante - Allegro"
Martha Argerich [piano]
Berliner Philharmoniker o.l.v. Claudio Abbado
Deutsche Grammophon / 4474 382
De vleugel kwam bij Argerich al op jonge leeftijd in beeld. Als driejarig meisje kon ze op gehoor al muziek naspelen; op haar achtste gaf ze haar eerste concert. Een paar jaar later vertrok het gezin van Argentinië naar Europa, waar Argerich ging studeren bij de eigenzinnige meesterpianist Friedrich Gulda.
Het was in die tijd dat ze dirigent Claudio Abbado leerde kennen – ook hij was een leerling van Gulda. Met Abbado zou ze later vaak samenwerken; ze maakten een paar legendarische opnames. Maandag hoorden we al die vulkanische live-uitvoering van Tsjaikovski’s Eerste pianoconcert.
Vandaag nog zo’n werk dat Argerich een nieuwe standaard zette: het Derde van Prokofjev. Een stuk dat al decennialang ‘van haar’ is: zoals Martha Argerich het eerste deel speelt, met die vliegensvlugge noten, zo speelt niemand het. Nog altijd, want zelfs als vijfenzeventigplusser deinst ze niet terug voor dit razend virtuoze concert – al is deze opname van ietsje eerder: voorjaar 1967.
Donderdag 11 juni
Franz Liszt
Sonate voor piano S.178 in b kl.t. - deel IV, "Allegro energico"
Martha Argerich [piano]
Deutsche Grammophon / 4372 522
Solorecitals zijn relatief zeldzaam bij Argerich, en dat is niet toevallig. In diverse interviews geeft ze te kennen dat ze zich vaak een beetje eenzaam voelt op het podium als ze solo optreedt. Liever speelt ze met een heel orkest, óf kamermuziek. Ze rekent tal van ’s werelds grootste musici onder haar vaste vrienden – cellist Mischa Maisky, violist Janine Jansen, of pianisten als Nelson Freire en Daniel Barenboim bijvoorbeeld.
Niet gek dus dat we Argerich deze week vooral laten horen in grotere bezettingen, want solo hóór je haar simpelweg niet zo vaak, ook op cd niet. Maar er zijn uitzonderingen die de regel bevestigen: de monumentale Pianosonate van Franz Liszt bijvoorbeeld. Argerich is ver verheven boven alle technische veeleisendheden van het stuk, en haar interpretatie uit 1971 is zó krachtig en overtuigend dat deze sindsdien geldt als een referentie-opname voor Liszts sonate.
Vrijdag 12 juni
Ludwig van Beethoven
Concert voor piano en orkest nr.1, op.15 in C gr.t. - deel I, "Allegro con brio"
Martha Argerich [piano]
Philharmonia Orchestra o.l.v. Giuseppe Sinopoli
Deutsche Grammophon / 4156 822
Een van de werken die Argerich het vaakst heeft gespeeld is het Eerste pianoconcert van Ludwig van Beethoven. De opnames die ze van dat stuk maakte zijn niet meer op twee handen te tellen. Maar er is er eentje die er toch wel met kop en schouders bovenuit steekt: deze studio-opname met het Philharmonia Orchestra en dirigent Giuseppe Sinopoli.
Argerich maakt echt iets bijzonders van dit vroege Beethoven-concert – niet met de nadruk op klassieke elegantie, maar eerder urgent en explosief. Gedurende het hele eerste deel bouwt ze de spanning geraffineerd op, om in de solocadens tot een soort ontploffing te komen. Beethovens cadens klinkt zelden zo spontaan gespeeld als hier bij Argerich.
Deze opname dateert van mei 1985, maar Argerich weet gelukkig van geen ophouden: het stuk staat nog steeds op haar repertoire. Komende winter komt ze weer naar Nederland – op haar 85ste dus – om samen met het Rotterdams Philharmonisch Orkest precies dit Eerste pianoconcert van Beethoven te spelen.
.png?height=170&width=170&aspect_ratio=600%3A601)



