Pierre Fournier – cellist van het nobele spel
- Klassiek
- Pierre Fournier – cellist van het nobele spel
Elke week selecteert Podium legendarische Gouden Opnamen die je gehoord móet hebben. Centraal staan grote maestro's, absolute topmusici en cd's die gelden als referentiemateriaal. Van opnames uit lang vervlogen tijden tot de muziek van nu. Deze eerste week van 2026 strijken we neer bij de nobele klank van cellist Pierre Fournier. De Fransman droeg de bijnaam ‘aristocraat onder cellisten’ vanwege zijn edele frasering. Fournier overleed veertig jaar geleden.
Maandag 5 januari
Johann Sebastian Bach
Suite voor cello nr.3, BWV.1009 in C gr.t. - deel IV, "Sarabande"
Pierre Fournier [cello]
Deutsche Grammophon / 479 6909
Als jongetje kreeg Fournier aanvankelijk pianolessen van zijn moeder, maar na een poliobesmetting verloor hij de controle over zijn benen. Daardoor kon hij de pedalen van de piano niet meer gebruiken. Toen hij negen was, schakelde Fournier over op de cello.
Op zijn zeventiende studeerde hij af aan het conservatorium in Parijs, en werd vervolgens in heel Europa onthaald als grote belofte. Fournier trad op met een paar van de grootste musici en dirigenten van zijn tijd.
Opnames maakte hij ook, maar veel daarvan gingen verloren of zijn nooit uitgebracht. Een opname die gelukkig wél op de plaat verscheen, was die van de zes Cellosuites van Johann Sebastian Bach: kernrepertoire dat zo’n beetje elke belangrijke cellist wel heeft opgenomen.
Tussen al die grootheden houdt Fourniers opname uit 1960 zich prachtig staande om de warme toon, en de vele nuances in de frasering. Hier is een deel uit de Derde cellosuite, en let bijvoorbeeld op dat subtiele, zingende vibrato meteen al in de openingsmaten.
Dinsdag 6 januari
Ludwig van Beethoven
Sonate voor cello en piano nr.3, op.69 in A gr.t. - deel I, "Allegro ma non tanto"
Pierre Fournier [cello]
Friedrich Gulda [piano]
Deutsche Grammophon / 483 7316
Driemaal maakte Fournier een opname van alle Cellosonates van Ludwig van Beethoven. Met drie verschillende pianisten; allemaal illustere namen. De eerste opname in 1947 met Arthur Schnabel op het klavier – een echte Beethovengigant. Twaalf jaar later, in 1959, volgde er een opname met pianist Friedrich Gulda; en in 1965 deed Fournier het nog eens dunnetjes over met Wilhelm Kempff aan de vleugel.
Als we er ééntje moeten kiezen, dan de middelste opname met Friedrich Gulda – ‘enfant terrible’ van de klassieke muziek. Iemand die wars van conventies was en alle heilige huisjes in de klassieke muziek omver schopte.
Zo’n beetje het tegenovergestelde van Pierre Fournier – die juist de ‘aristocraat van de cello’ werd genoemd. Keurig verzorgd cellospel, volmaakt warme toon, altijd subtiel gekleurd.
Tijdens een van de eerste repetities had Gulda nog opgemerkt dat Fourniers manier van spelen ‘erg mooi, maar ook erg Frans’ was. Later zou hij toegeven dat zijn samenwerking met Pierre Fournier hem veel discipline had bijgebracht; iets waar hij de cellist zijn leven lang dankbaar voor bleef.
Ze haalden misschien wel het beste in elkaar naar boven. Gulda klinkt inderdaad wat meer gedisciplineerd, en Fournier lijkt een tandje ruiger te durven spelen dan anders. Precies de goede balans in die sonates van Beethoven.
Woensdag 7 januari
Edouard Lalo
Concert voor cello en orkest in d kl.t. - deel III, "Introduction. Andante - Allegro vivace"
Pierre Fournier [cello]
Orchestre Lamoureux o.l.v. Jean Martinon
Deutsche Grammophon / 479 6909
Het Celloconcert van de Franse componist Édouard Lalo, eind negentiende eeuw, is een wat wonderlijk stuk dat nooit écht helemaal doordrong tot het standaardrepertoire. Lange tijd was deze uitvoering van Pierre Fournier de enige serieuze opname die er van het stuk beschikbaar was – en nog altijd is die eigenlijk door niemand overtroffen.
Het is epische en een beetje oriëntaals gekruide muziek, die het niet moet hebben van zijn logische structuur, maar meer van de kleurrijke orkestraties. En van de enorm virtuoze cellopartij, die door niemand zo elegant en overtuigend is gespeeld als door Pierre Fournier, hier in mei 1960.
Donderdag 8 januari
Johannes Brahms
Concert voor viool, cello en orkest, op.102 in a kl.t., "Dubbelconcert" - deel I, "Allegro"
David Oistrach [viool]
Pierre Fournier [cello]
Philharmonia Orchestra o.l.v. Alceo Galliera
EMI / 5693312
Fournier werkte samen met een aantal van de grootste musici van zijn tijd. Bijvoorbeeld met de legendarische violist David Oistrach. Samen namen ze in de jaren vijftig het Dubbelconcert van Johannes Brahms op – een opname die altijd een beetje in de schaduw bleef, maar volgens kenners tot de allermooiste behoort.
Fournier en Oistrakh leerden elkaar kennen in Stockholm, waar ze allebei concerten aan het voorbereiden waren. Bij de platenbaas van het label EMI drong Fournier erop aan om samen met Oistrach het Brahms-dubbelconcert op te nemen. En zo geschiedde, een jaar later in 1956 bij het Philharmonia Orchestra in Londen.
Die opname klinkt bijzonder goed voor die tijd. En de musici zijn geestverwanten: de stralende, feilloze intonatie van David Oistrach ligt precies in het verlengde van Fourniers warme klank en natuurlijke frasering op de cello. En dan de houtblazers van het Philharmonia Orchestra, die er als een frisse bries doorheen waaien.
David Oistrach zou het Dubbelconcert later nog eens opnemen met cellist Mstislav Rostropovitsj. Die opname geldt algemeen als dé standaardreferentie van het stuk. Maar zélf gaf Oistrach de voorkeur aan zijn uitvoering met Pierre Fournier.
Vrijdag 9 januari
Antonín Dvořák
Concert voor cello en orkest, op.104 in b kl.t. - deel III, "Finale. Allegro moderato"
Pierre Fournier [cello]
Berliner Philharmoniker o.l.v. George Szell
Deutsche Grammophon / 002894794648
Een van de mijlpalen in het cellorepertoire is het Concert voor cello en orkest van Antonín Dvořák. Laatromantische muziek met opzwepende melodieën en gepeperde ritmes. Fournier nam het stuk meerdere keren op; zijn meeste geliefde uitvoering ervan werd deze uit 1961 bij de Berliner Philharmoniker onder leiding van George Szell.
Fournier en Szell werkten wel vaker samen, en je kunt horen waarom: ze vullen elkaar geweldig aan. Szell pookt de Berliner op tot spannend en contrastrijk orkestspel, waar Fournier dan bijna priemend doorheen komt met zijn assertieve celloklank.
Typisch voor Fournier is de ferme, kernachtige toon die hij uit zijn instrument haalt. En de muziek van Dvořák leent zich daar uitstekend voor. Fournier klinkt krachtig en zelfverzekerd, maar ook elegant en zangerig wanneer de muziek dat vraagt. En dat met perfecte beheersing van zowel techniek als emotie – bij Fournier is er nooit teveel pathos.
Voor veel liefhebbers en muziekcritici is dit een van de mooiste opnames van Dvořáks Celloconcert uit de hele discografie. Luister, geniet en oordeel zelf!
.png?height=170&width=170&aspect_ratio=600%3A601)



