Muziek in een Notendop #66: Wie was Antonin Dvorak?
- Klassiek
- Muziek in een Notendop #66: Wie was Antonin Dvorak?
Wat hebben Neil Armstrong, een stoomboot en een daklozenopvang te maken met de Tsjechische componist Antonin Dvorak? Sander legt uit.
Om deze inhoud te tonen moet je toestemming geven voor social media cookies.
Wie was Antonin Dvorak?
Hij schreef veel moois maar zijn muziek klinkt volgens sommige luisteraars véél te vaak op NPO Klassiek: Antonín Dvorák. Je hebt z'n naam vast weleens op een straatnaambordje in een Nederlandse componistenbuurt gezien. Onthoud dus vooral de uitspraak Dvorzjak. Niet Dvorak of Dvordzjak. Hou het lekker authentiek Tsjechisch. Net zo authentiek als het dorpje waar onze hoofdpersoon in 1841 werd geboren. Het was daar in Nelahozeves, niet al te ver van Praag, dat Dvorák het levenslicht zag. Pa was een multitalent: herbergier, slager en citherspeler. En z'n vrouw deed daaraan mee. Van hun 14 kinderen bereikten er 8 de volwassenheid. Hun eerstgeborene was onze Antonín. De jaren in dit dorpje vormden zijn levenslange christelijke geloof, zijn liefde voor muziek en zijn treinenfetisj. Jazeker, de tsjoektsjoek boemelde regelmatig met gepast geweld over de sporen bij Nelahozeves en Antonín vond dat machtig mooi. Later zou hij op het centraal station van Praag een vaste treinenspotter worden. Inclusief notitieblokje om de nummers van de locomotieven te noteren.
Op muzikaal vlak waren het ook vormende jaren, want mede door vader Dvoráks muzikale kant kreeg Antonín de Boheemse bangers met de paplepel ingegoten. Tot op heden lusten ook wij daar wel pap van. Al snel speelde Dvorák in de plaatselijke harmonie en in de kerk. Pa zag het talent van zijn zoon en dacht: ik moet hem klaarstomen voor een goede carrière. Zodoende werd Antonín naar z'n oom Antonín gestuurd. Inderdaad, lekker handig. Wilde je wat vragen aan Antonín, reageerde Antonín. En andersom. Of tegelijk. Belangrijker is dat oom Antonín een goede leraar Duits wist: Antonín Liehmann. Antonín, waar is Antonín? O, bij Antonín. Niet te doen! Dit alles gebeurde in de plaats Zlonice. Het gebeier van de plaatselijke kerkklokken verklankte Dvorák later in z'n Eerste symfonie, bijgenaamd ‘De klokken van Zlonice’. Z'n eerste compositie was overigens de Polka pomnenka, de vergeet-me-niet-polka. Wij hebben geen flauw idee hoe die gaat. Overigens was Dvoráks leraar Duits ook z'n leraar orgel, piano en viool. En z'n leraar hoe-moet-ik-niet-met-mensen-omgaan, want Antonín L. was nogal agressief.
Op z'n 16e vond Dvorák een plek in Praag. Aan de Orgelschool maakte hij al snel indruk en ook in de Praagse etablissementen werd hij een graag gehoord musicus. In orkestverband speelde hij daar altviool. Dat was trouwens de slimme manier om livemuziek te kunnen horen, want Antonín had geen cent te makken en concertkaartjes waren boven z'n stand. Dan maar zelf meespelen. Op z'n 23e woonde hij in een studentenhuis met 5 anderen, die hij af en toe kon ontvluchten als hij pianolessen moest geven. Die lessen brachten hem naast geld ook liefde. Een van z'n leerlingen was de bekoorlijke Josefina Čermakova. Dvorák velliefd, maar helaas: zij niet op hem. Gelukkig had Josefina nog een zusje: Anna. En dat was raak. Ze trouwden en kregen negen kinderen.
In 1870 componeerde hij z'n eerste opera, maar die werd pas na z'n dood uitgevoerd. Daarna kwam de opera De Koning en de Kolenbrander. Het werd een uitbrander van het theaterorkest: onspeelbaar man! Naar verluidt was Dvorák teveel in de muzikale huid van z'n held Wagner gekropen. Hij reviseerde de opera en noemde die: De Koning en de Kolenbrander 2. Uiteindelijk heeft alleen z'n opera Rusalka repertoire gehouden, met daarin het bekende Lied aan de Maan. Z'n eerste succes kwam met een patriottistische cantate en een pianokwintet. Johannes Brahms kreeg lucht van de Bohemer, omdat Dvorák een stapel muziek had ingestuurd om kans te maken op een stipendium, een flinke geldsom om te kunnen componeren. Brahms was zeer te spreken over de stukken en Dvorák kreeg het geld, waarmee hij eindelijk een echte piano kon kopen. Naast Brahms had ook uitgever Simrock lucht gekregen van de talentvolle Tsjech. En na het succes van Brahms’ Hongaarse dansen vroeg Simrock Dvorák om een stel Slavische dansen. Mede dankzij die commerciële knakker van een Simrock kunnen we nog steeds wiegen of headbangen op Antoníns Slavische dansen.
Rond 1880 was Dvorák internationaal bekend, z'n muziek werd tot in Amerika gespeeld. Vanuit die nieuwe wereld kwam een vraag: of hij die yankees niet kon helpen om hun muzikale identiteit te vinden. Een Amerikaanse muziek. Dat wilde Dvorák wel, zeker toen hij hoorde dat ze hem 25 keer meer boden dan het Praagse conservatorium hem betaalde. Zo voer Dvorák naar New York en zag hij op z'n eerste jaaraangifte daar omgerekend dik een half miljoen dollar staan. Hij had het goed in Amerika, Dvorák ontmoette er zowaar landgenoten in de Boheemse enclave Spillville in Iowa. En ontdekte dat de Amerikaanse muzikale levensaders stroomden door de African American en Native American inwoners - met name de spirituals maakten indruk bij Dvorák. In z'n eigen muziek werd het een emulsie van die Amerikaanse vibes en z'n Boheemse basis. Daar in New York deed hij ook nog eens wat hij gezworen had nooit te doen: hij schreef een Celloconcert. Het werd zo'n beetje de mooiste unit die er ooit voor cello en orkest is geschreven. En Amerika inspireerde hem in 1893 tot het schrijven van z'n negende symfonie, bijgenaamd "Uit de Nieuwe Wereld". Die knaller hoort bij het ABC der Klassieke Muziek. Sterker nog, de Australische ABC riep het uit tot de beste symfonie aller tijden. Tussen de bedrijven door probeerde meneer ook nog wat treinen te spotten. Helaas mocht hij daar niet zonder kaartje in het station komen. Balen. Dan maar schepen spotten. Al snel wist de gemiddelde stoombootkapitein wel wie die vriendelijke Europese knakker was en mocht Dvorák alle hoeken en gaten van zo'n schip zien. In 1895 voer hij er ook mee terug naar Europa.
In 1901 maakte hij mee hoe zijn 60e verjaardag als een nationale feestdag gevierd werd. Drie jaar later overleed hij als gevolg van een zware griep. Nadien ging de man van het Lied aan de Maan alsnog naar de maan. Neil Armstrong had in z'n Apolloraket een bandje met de Negende symfonie bij zich. En verderop in het heelal zweeft de asteroïde 2055 Dvorák. Hier op aard, in z'n geliefde Praag, vind je een standbeeld van de man. Net als in New York. Op Stuyvesant Square kom je hem tegen, vlakbij z'n toenmalige woning. De woning die inmiddels veranderd is in een daklozenopvang. Zo zie je maar: iedereen voelt zich thuis bij Dvorák.
Muziek uit deze aflevering:
Om deze inhoud te tonen moet je toestemming geven voor social media cookies.
Om deze inhoud te tonen moet je toestemming geven voor social media cookies.
Om deze inhoud te tonen moet je toestemming geven voor social media cookies.
Om deze inhoud te tonen moet je toestemming geven voor social media cookies.
Om deze inhoud te tonen moet je toestemming geven voor social media cookies.
Om deze inhoud te tonen moet je toestemming geven voor social media cookies.
Om deze inhoud te tonen moet je toestemming geven voor social media cookies.
Beluister via Spotify de muziek uit alle afleveringen van Muziek in een Notendop.




